Een inrō is een traditioneel Japans doosje voor het bewaren van kleine voorwerpen, dat aan de obi (sjerp) wordt gehangen die rond de taille wordt gedragen bij het dragen van een kimono. Ze zijn vaak rijk versierd met verschillende materialen, zoals lak, en diverse technieken zoals maki-e, en zijn decoratiever dan ander Japans lakwerk.

Omdat traditionele Japanse kleding geen zakken had, werden voorwerpen vaak gedragen door ze aan de obi te hangen in containers die sagemono werden genoemd (een hangend object dat aan de sjerp wordt bevestigd). De meeste sagemono werden gemaakt voor specifieke inhoud, zoals tabak, pijpen, een schrijfpenseel en inkt, maar het type dat bekendstaat als inrō is geschikt voor het dragen van kleine dingen en werd in de Sengoku-periode (1467–1615) ontwikkeld als draagbare zegel- en medicijnhouder voor op reis.

Products 1 - 12 of 12. Products on the page
Wat is een inrō?

Een inrō is een traditioneel Japans doosje dat werd gebruikt om kleine persoonlijke voorwerpen te dragen. Inrō bestaan meestal uit meerdere in elkaar passende compartimenten die op elkaar zijn gestapeld en bijeengehouden worden door een koord dat erdoorheen loopt. Ze zijn vaak rijkelijk versierd en combineren een praktische met een esthetische functie. Hieronder enkele belangrijke kenmerken van inrō:

Structuur en functie

  • Compartimenten: Een inrō bestaat meestal uit drie tot vijf compartimenten die strak op elkaar aansluiten. Ze werden gebruikt om kleine voorwerpen zoals zegels, medicijnen of andere persoonlijke items te bewaren.
  • Koord en sluiting: De compartimenten worden bijeengehouden door een zijden koord dat erdoorheen loopt. Dit koord bevat meestal een netsuke (tegengewicht) en een schuifkraal (ojime). De netsuke voorkomt dat de inrō door de obi (kimonoceintuur) glijdt, terwijl de ojime de compartimenten stevig gesloten houdt.

Materialen en decoratie

  • Materialen: Inrō kunnen worden vervaardigd uit hout, lakwerk, ivoor en metalen. De materiaalkeuze weerspiegelde vaak de status en rijkdom van de eigenaar.
  • Decoratie: De buitenzijde van een inrō is vaak rijk gedecoreerd met technieken zoals maki-e, waarbij goud- of zilverpoeder op natte lak wordt aangebracht om verfijnde motieven te creëren. Andere technieken zijn snijwerk, inlegwerk en schildering.

Historische en culturele context

  • Edo-periode: Inrō werden bijzonder populair tijdens de Edo-periode (1603–1868), vooral onder samoerai en welgestelde kooplieden. Omdat kimono’s geen zakken hebben, boden inrō een praktische oplossing voor het meenemen van kleine voorwerpen.
  • Kunst en verzamelobjecten: In de loop der tijd evolueerden inrō van puur functionele objecten tot ware kunstwerken. Tegenwoordig zijn ze zeer geliefd bij verzamelaars vanwege hun schoonheid en historische waarde.

Onderdelen

1. Inrō: Het hoofdgedeelte met compartimenten.
2. Netsuke: Een klein gesneden tegengewicht dat voorkomt dat de inrō door de obi glijdt.
3. Ojime: Een schuifkraal die de compartimenten gesloten houdt.

Gebruik

  • Dragen van persoonlijke voorwerpen: Medicijnen, zegels, inkt, tabak en andere kleine benodigdheden.
  • Modeaccessoire: Naast hun praktische functie dienden inrō ook als modeaccessoire en statussymbool, dat de smaak en sociale positie van de eigenaar weerspiegelde.

Inrō worden vandaag de dag bewonderd om hun historische functie én om het uitzonderlijke vakmanschap dat nodig was voor hun vervaardiging. Ze bieden een uniek inzicht in de Japanse cultuur en esthetiek.

Welke soorten inrō bestaan er?

Inrō bestaan in verschillende types, onderscheiden door vorm, ontwerp, materialen en decoratieve technieken. Enkele van de meest opvallende types zijn:

1. Standaard inrō:

  • Het meest voorkomende type, met meerdere in elkaar grijpende compartimenten, meestal rechthoekig of ovaal van vorm.

2. Ryōshibako-inrō:

  • Ontworpen om schrijfgerei zoals penseeltjes en inkt mee te nemen, populair bij reizigers en geleerden.

3. Gōshirae-inrō:

  • Op maat gemaakte inrō, vaak voorzien van familiewapens (mon) en unieke symbolen.

4. Yatsuhashi-inrō:

  • Compartimenten die afwisselend openen, geïnspireerd op traditionele Japanse bruggen.

5. Hiramine-inrō:

  • Platte, slanke inrō met verfijnd lakwerk, comfortabel om te dragen.

Decoratieve technieken

6. Maki-e-inrō:

  • Versierd met goud- of zilverpoeder op lak, een van de meest gewaardeerde stijlen.

7. Togidashi-inrō:

  • Ontwerpen die na het aanbrengen worden overgelakt en gepolijst.

8. Takamaki-e-inrō:

  • Reliëfdecoratie met een driedimensionaal effect.

9. Shibayama-inrō:

  • Inlegwerk met parelmoer, ivoor en halfedelstenen.

10. Zōgan-inrō:

  • Versierd met metalen inleg, vaak goud of zilver.

11. Raden-inrō:

  • Decoraties met parelmoer voor een iriserend effect.

Vormvariaties

12. Rechthoekige inrō:

  • De meest traditionele vorm.

13. Ovale inrō:

  • Afgeronde vorm die comfortabel tegen het lichaam ligt.

14. Bolvormige inrō:

  • Zeldzaam, bol- of ei-vormig.

15. Asymmetrische inrō:

  • Onregelmatige vormen met gepersonaliseerde ontwerpen.

Elke soort inrō weerspiegelt de rijkdom van de Japanse ambachtelijke traditie en combineert functionaliteit met artistieke expressie.

Wat is Shibayama?

Shibayama verwijst naar een uiterst verfijnde Japanse inlegtechniek die vaak wordt toegepast op netsuke, inrō en andere persoonlijke ornamenten. Hierbij worden materialen zoals parelmoer, koraal, schildpad, ivoor en halfedelstenen minutieus ingelegd in een basis van hout, ivoor of lak.

Belangrijkste kenmerken van Shibayama-werk:

  • Fijn inlegwerk: Zeer gedetailleerde en complexe motieven.
  • Natuurthema’s: Bloemen, vogels, insecten en landschappen.
  • Dieptewerking: Reliëfelementen die een driedimensionaal effect geven.
  • Basismaterialen: Gelakt hout, ivoor en soms metaal.
  • Culturele betekenis: Populair vanaf de late Edo-periode tot de Meiji-periode (1868–1912).
  • Ambachtelijke samenwerking: Vaak vervaardigd door meerdere gespecialiseerde ambachtslieden.

Shibayama-werken behoren tot de hoogtepunten van de Japanse decoratieve kunst en worden wereldwijd hoog gewaardeerd door verzamelaars.