Noh-maskers worden uit blokken Japanse ceder gesneden en beschilderd met natuurlijke pigmenten op een neutrale basis van lijm en fijngemalen schelpen. Er bestaan ongeveer 450 verschillende maskers, voornamelijk gebaseerd op zo’n zestig types, elk met een eigen naam. Sommige maskers zijn representatief en worden in veel verschillende voorstellingen gebruikt, terwijl andere zeer specifiek zijn en misschien slechts in één of twee stukken voorkomen. Noh-maskers geven het geslacht, de leeftijd en de sociale rang van de personages weer, en doordat acteurs maskers dragen kunnen zij jongeren, oude mannen, vrouwen, goddelijke of demonische figuren uitbeelden.
Noh-maskers zijn met de hand gesneden houten maskers die worden gebruikt in het Noh-theater, een van de oudste podiumkunsten van Japan, die teruggaat tot de 14e eeuw. Elk masker stelt een personage voor en drukt menselijke emoties uit.
Ze omvatten jonge vrouwen (Ko-omote), oude mannen (Okina), demonen (Hannya), geesten en godheden. Elk maskertype heeft een specifieke rol in het vertellen van traditionele verhalen.
Hun snijwerk creëert een optische illusie: gekanteld omhoog lijken ze vrolijk; gekanteld omlaag lijken ze verdrietig of peinzend. Deze subtiliteit is centraal voor de emotionele diepgang van de voorstelling.
Maskers die tussen 1940 en 1990 zijn gesneden, blijven trouw aan traditionele technieken en zijn vaak gesigneerd door bekwame ambachtslieden. Hoewel ze niet zo oud zijn als middeleeuwse maskers, worden ze toch gewaardeerd om hun vakmanschap en uniciteit.
Omdat elk masker een uniek kunstwerk is, waarin theater, spiritualiteit en cultuurgeschiedenis samenkomen. Verzamelaars waarderen ze niet alleen als voorwerp voor uitvoering, maar ook als tijdloze uitingen van Japanse kunst.